Alpamayo

Zoals gisteren bevestigd in mijn twitter bericht, stond ik eerder deze week op de top van Alpamayo. De beklimming is echter niet zonder slag of stoot verlopen.

Het begin verliep nochtans voorspoedig. Zaterdag vertrok ik met een busje naar Cashapampa waar we werden opgewacht door een ezeldrijver die het grootste deel van het materiaal naar het basiskamp zou brengen. In Cashapampa begon ook de eigenlijke trektocht van 2 dagen naar het basiskamp op 4300 meter. Het begin van die trektocht was stijl en heet. De tocht bracht me via een ravijn naar het Llamoral kamp op 3750 meter hoogte.

De dag daarna ging het met een geleidelijke klim verder tot we Alpamayo konden zien liggen en de vallei verlieten richting basiskamp. Omdat we die tweede dag op grotere hoogte vertoefden, was de temperatuur gelukkig ook wat lager. Aangekomen in het basiskamp sloegen we onze tenten op en organiseerden we ons materiaal. We zouden immers enkel het hoogst noodzakelijke meenemen naar het hoogste kamp voor onze toppoging.

Maandag vertrokken we om 8 uur ’s morgens voor de klim naar het hoogste kamp op 5300 meter. Er stond dus een klim van 1000 meter op het programma. Het eerste stuk van de klim was het makkelijkste omdat we de sneeuw- en ijsgrens nog niet bereikt hadden. Die ligt op Alpamayo op ongeveer 5000 meter. Het venijn zat hem echter in de staart. De laatste 300 meter verliepen over een gletsjer en de laatste 100 moesten we een paar ijswanden op. Blijkbaar waren die ijswanden in vergelijking met vorig jaar wat groter uitgevallen. Maar ik was natuurlijk net naar Alpamayo getrokken om te ijsklimmen dus die laatste 100 meter waren dus eigenlijk een beetje een bonus. Fijn om eindelijk de ijshouwelen nog eens te kunnen bovenhalen.

Nadat we rond 16 uur het hoge kamp hadden opgezet werd er nog even overlegd. Ondanks de goede weersomstandigheden op dat moment zag het er even niet goed uit. Het was ons opgevallen dat de sneeuwcondities onderweg naar het hoge kamp eigenlijk niet goed waren. Er was die nacht wat versie sneeuw van bedenkelijke kwaliteit gevallen. Bovendien was het eigenlijk te warm waardoor die sneeuw niet verhardde. Mogelijk was het lawinegevaar aan het begin van de klim dan ook te groot voor een veilige beklimming. Er werd besloten om die nacht tot aan het begin van de werkelijke ijsklim te trekken en de situatie ter plaatse te bekijken.

Toen we ’s nachts om 1 uur ons hoofd uit de tent staken was het weer echter helemaal niet goed. Veel bewolking betekende dat we mogelijk nog meer sneeuw zouden krijgen tijdens de beklimming. Dat leek ons niet echt een goed idee. Er zat dus niets anders op dan af te wachten. Maar het wachten werd beloond want om half drie trok de hemel helemaal open. We maakten ons dan ook snel klaar om aan de beklimming te beginnen. In de verte zagen we aan de onderkant van de ijsklim al vier lichtjes van een groep Zwitsers dansen. Zij hadden de optimale weersomstandigheden blijkbaar niet afgewacht.

Rond half vier trokken we richting ijswand. De route naar de ijswand verliep inderdaad door poedersneeuw wat niet echt veelbelovend was voor mogelijk lawinegevaar maar dat bleek uiteindelijk nog mee te vallen. De sneeuw op de eerste twee – en minst steile – touwlengtes van de ijswand was niet echt fantastisch en behoorlijk lastig om te beklimmen, maar echt groot lawinegevaar was er niet.

Omstreeks vier uur begonnen we aan onze 7 touwlengtes ijsklimmen naar de top van Alpamayo. De eerste twee touwlengtes waren door de sneeuw dus knap lastig. Het was moeilijk om een goed grip te krijgen en het koste dan ook heel wat energie om 100 meter hoger te geraken. De hoogte liet zich zeer nadrukkelijk voelen. Ik moest heel de klim lang voluit gaan.

Na die eerste twee touwlengte werd de route steiler en dat betekent ook minder sneeuw en meer ijs. In deze omstandigheden was dat een voordeel. Ik begon het goede ritme te vinden toen het noodlot toesloeg. Toen ik tijdens de klim even opkeek om te kijken hoever ik nog te gaan had, viel een stuk ijs ter grootte van een golfbal recht in mijn linkeroog. Ik was behoorlijk van de kaart en de pijn was initieel niet te harden. Ik bleef even ter plaaste tegen de ijswand hangen naast een Zwitserse klimmer die ik net had ingehaald. Omdat de situatie niet beterde, besloot ik dan maar om met 1 oog dicht verder te klimmen tot ik iemand naar mijn oog zou kunnen laten kijken.

Maar een oogonderzoek is nu eenmaal niet zo makkelijk als je tegen een ijswand hangt op 5500 meter hoogte, zeker niet als het nacht is. Er zat niets anders op dan zo goed en zo kwaad mogelijk verder te klimmen. Gelukkig begon de pijn bij het einde van de vierde touwlengte af te nemen. We hadden op dat moment nog drie touwlengte te gaan en ik zag het langzaamaan terug zitten.

Ondanks de grotere hoogte en de toenemende vermoeidheid, ging het klimmen eigenlijk steeds beter. De route werd ook steeds steiler maar het ijs werd ook steeds beter. De zon kwam op waardoor het ook iets warmer werd. Aan de andere kant deed het zonlicht mijn oog ook bijzonder hard tranen.

Rond 8 uur ’s morgens hees ik me samen met Doug op de zeer kleine top van Alpamayo. Een groots uitzicht was er niet door de bewolking maar dat kon de pret niet bederven. We waren wel gehaast, want omdat we pas laat vertrokken waren zouden we ook moeten afdalen in de zon, en dat is niet optimaal wegens mogelijk vallend ijs. Wat dat betreft had ik mijn deel al gehad en we besloten dan ook om zo snel mogelijk af te dalen.

Het voordeel aan een steile ijsklim is wel dat je kan naar beneden kan rapellen en dat gaat een pak sneller – en kost een pak minder moeite – dan naar beneden klimmen of wandelen. 3 uur later konden we dan ook genieten van een kopje thee en overheerlijke soep in het hoge kamp. Er was even sprake om verder af te dalen naar het basiskamp, maar omdat mijn oog nog steeds behoorlijk pijn deed leek het me beter om dat oog eerst te laten rusten. Ik trok me terug in mijn tent waar het meeste ultraviolette licht word tegengehouden. Ik hield mijn zonnebril op, trok mijn muts over mijn beschadigde oog en probeerde op die manier wat te slapen. Ik moet er zowat uitgezien hebben als een mislukte piraat in de bergen.

Maar de strategie werkte wel. Enkele uren later was de pijn al heel wat minder en de volgende morgen was hij zelfs zo goed als verdwenen. We konden de afdaling naar het basiskamp vandaar dan ook verderzetten. Donderdag braken we ook het basiskamp op en wandelden we helemaal terug naar Cashapampa, waar we de beklimming vierden met een lekker Peruviaans pintje voordat we de busrit naar Huaraz inzetten.

Ondertussen zit ik op mijn hotelkamer in Huaraz. Vanavond staat er nog een afscheidsdiner met de Peruviaanse ploeg onder leiding van Manuel Bernuy Ponte op het programma. Morgen stap ik op de bus naar Lima voor het laatste onderdeel van deze trip: Machu Picchu.