Alpamayo

Er zijn zo van die dingen die lange tijd op je verlanglijstje staan. Zoals je je wel kan voorstellen staan op mijn lijstje ook een aantal bergen. Bij die bergen zitten nog steeds een aantal 8000ers, maar er staan ook andere bergen op. Zo was er onder meer Alpamayo, een berg van net geen 6000 meter in de Cordillera Blanca in Peru. Alpamayo is vooral bekend om zijn fantastische ijswand die de laatste hindernis naar de top vormt. Begin 2016 besliste ik om Alpamayo van dat lijstje te schrappen ... door hem te beklimmen.

De voorbereiding

Vermits avontuur en vriendschap een absolute succesformule is, contacteerde ik Dougleas Beall om te kijken of hij een avontuur in Peru ook zag zitten. Ik leered Douglas eind jaren 90 kennen op Kilimanjaro en sindsdien hebben we samen al heel wat avonturen tot een goed einde gebracht. Douglas was onmiddellijk enthousiast over Alpamayo en daarmee kon de voorbereiding beginnen.

Na maanden training en logistieke planning stapten we 0p 19 augustus 2016 allebei op een vliegtuig naar Lima. Daar overliepen we de planning nog een keer en stapten we de volgende morgen op een bus naar Huaraz.

Bij onze aankomst daar werden we opgewacht door onze lokale logistieke steun, Manuel Bernuy Ponte.

Huaraz is een aangenaam stadje met een aangenaam klimaat. Het is het Peruviaanse klimmersmekka tussen de Cordillera Blanca (in het oosten) en de Cordillera Negra (in het westen) en ligt op een hoogte van 3100 meter.

De expeditie begon met twee korte acclimatisatie tochten van telkens een dag. De eerste bracht me naar Wilcacocha lake op 3800 meter. De volgende dag was het doel Churup Lake op 4450 meter. Om de acclimatisatie af te maken moest ik nog een bijkomende inspanning leveren: de beklimming van Yanapaccha (5450 meter).

Yanapaccha

Deze beklimming begon met een vier uur durende rit van Huaraz naar het startpunt van de trektocht. De busrit begon op asfalt maar al snel draaide het busje een zandweg op die ons langs schilderachtige vergezichten en oneindig veel haarspeldbochten tot op een hoogte van 4600 meter bracht. Daar werd ik opgewacht door een ezeldrijver die mijn materiaal naar het moraine camp zou brengen.

Na een lichte lunch zette ik de tocht te voet verder. Een kleine twee uur later kwam ik bij een idyllisch meertje op 4900 meter dat uitnodigde tot een frisse duik. Vermits het meertje gevoed wordt door gletsjer water van ongeveer 1 graad Celsius, besliste ik om aan de verleiding te weerstaan en mijn tent op te zetten. Ook de kok en de rest van de crew was ondertussen gearriveerd en een uurtje later kon ik genieten van thee en koekjes. De rest van de dag beperkte ik mijn activiteiten tot het strikt noodzakelijke om krachten te sparen voor de volgende dag.

Om 3 uur ’s morgens ging mijn alarm af. We hadden afgesproken om te ontbijten om 03.30 uur en te vertrekken om 04:00 uur. Ik had nog 560 meter te gaan tot de top van Yanapaccha. Mijn zuurstofsaturatie was maar 78 toen ik wakker werd. Dat was ongetwijfeld een gevolg van de korte, scherpe acclimatisatie van de laatste dagen gecombineerd met een jet lag die mijn slaap toch wat verstoord had. Ik nam me dan ook voor om het rustig aan te doen. Er was uiteindelijk geen haast bij.

Na een korte aanloop kwamen we bij de gletsjer waar ik stijgijzers aanbond, harnas aandeed en mijn helm opzette. Bovendien bonden we ons als team van drie (met Doug en Manuel) aan elkaar om zo in cordee de klim verder te zetten. Het eerste uur slalomden we tussen en over de crevasses hogerop. Daarna draaiden we de andere richting uit om onder een reeks van seracs steeds hoger te klimmen. Terwijl we dat deden stuurde de zon een prachtige rode ochtendgloed in onze richting.

Toen we ongeveer honderd meter onder de top stonden, kozen we voor een rechte verticale lijn naar de kam. Om daar te geraken moesten we een vijftigtal meter ijsklimmen. Leuk, en een goede voorbereiding op Alpamayo waar we op deze manier 500 meter zouden moeten klimmen. De laatste vijftig verticale meter naar de top gingen meer gradueel, maar uiteindelijk stonden we rond 07.30 op de top waar we konden genieten van een prachtig uitzicht over de grootste pieken van de Cordillera Blanca.

De afdaling verliep voorspoedig. Eerst een stukje rapellen en daarna keerden we op onze stappen terug over de gletsjer tot in het moraine camp waar we door de kok werden opgewacht met een heerlijke kom soep. De rest van de dag stond er platte rust op het programma en dag erna keerden we terug naar Huaraz, waar we een dag rust namen. En daarmee was de acclimatisatie afgerond en was ik klaar voor het hoofddoel van de reis, namelijk Alpamayo.

Alpamayo

Ook die beklimming begon met een busrit, dit keer naar Cashapampa. Daar begon de eigenlijke trektocht van 2 dagen naar het basiskamp op 4300 meter. Het begin van die trektocht was stijl en heet. De tocht bracht me via een ravijn naar het Llamoral kamp op 3750 meter hoogte.

De dag daarna ging het met een geleidelijke klim verder tot we Alpamayo konden zien liggen en de vallei verlieten richting basiskamp. Omdat we die tweede dag op grotere hoogte vertoefden, was de temperatuur gelukkig ook wat lager. Aangekomen in het basiskamp sloegen we onze tenten op en organiseerden we ons materiaal. We zouden immers enkel het hoogst noodzakelijke meenemen naar het hoogste kamp voor onze toppoging.

Maandag vertrokken we om 8 uur ’s morgens voor de klim naar het hoogste kamp op 5300 meter. Er stond dus een klim van 1000 meter op het programma. Het eerste stuk van de klim was het makkelijkste omdat we de sneeuw- en ijsgrens nog niet bereikt hadden. Die ligt op Alpamayo op ongeveer 5000 meter. Het venijn zat hem echter in de staart. De laatste 300 meter verliepen over een gletsjer en de laatste 100 moesten we een paar ijswanden op. Blijkbaar waren die ijswanden in vergelijking met vorig jaar wat groter uitgevallen. Maar ik was natuurlijk net naar Alpamayo getrokken om te ijsklimmen dus die laatste 100 meter waren eigenlijk een bonus. Fijn om eindelijk de ijshouwelen nog eens te kunnen bovenhalen.

Nadat we rond 16 uur het hoge kamp hadden opgezet werd er nog even overlegd. Ondanks de goede weersomstandigheden op dat moment zag het er even niet goed uit. Het was ons opgevallen dat de sneeuwcondities onderweg naar het hoge kamp eigenlijk niet goed waren. Er was die nacht wat verse sneeuw van bedenkelijke kwaliteit gevallen. Bovendien was het eigenlijk te warm waardoor die sneeuw niet verhardde. Mogelijk was het lawinegevaar aan het begin van de klim dan ook te groot voor een veilige beklimming. Er werd besloten om die nacht tot aan het begin van de werkelijke ijsklim te trekken en de situatie ter plaatse te bekijken.

Toen we ’s nachts om 1 uur ons hoofd uit de tent staken was het weer echter helemaal niet goed. Veel bewolking betekende dat we mogelijk nog meer sneeuw zouden krijgen tijdens de beklimming. Dat leek ons niet echt een goed idee. Er zat dus niets anders op dan af te wachten. Maar het wachten werd beloond want om half drie trok de hemel helemaal open. We maakten ons dan ook snel klaar om aan de beklimming te beginnen. In de verte zagen we aan de onderkant van de ijsklim al vier lichtjes van een groep Zwitsers dansen. Zij hadden de optimale weersomstandigheden blijkbaar niet afgewacht.

Rond half vier trokken we richting ijswand. De route naar de ijswand verliep inderdaad door poedersneeuw wat niet echt veelbelovend was voor mogelijk lawinegevaar maar dat bleek uiteindelijk nog mee te vallen. De sneeuw op de eerste twee – en minst steile – touwlengtes van de ijswand was niet echt fantastisch en behoorlijk lastig om te beklimmen, maar echt groot lawinegevaar was er niet.

Omstreeks vier uur begonnen we aan onze 7 touwlengtes ijsklimmen naar de top van Alpamayo. De eerste twee touwlengtes waren door de sneeuw dus knap lastig. Het was moeilijk om een goed grip te krijgen en het koste dan ook heel wat energie om 100 meter hoger te geraken. De hoogte liet zich zeer nadrukkelijk voelen. Ik moest heel de klim lang voluit gaan.

Na die eerste twee touwlengtes werd de route steiler en dat betekent ook minder sneeuw en meer ijs. In deze omstandigheden was dat een voordeel. Ik begon het goede ritme te vinden toen het noodlot toesloeg. Toen ik tijdens de klim even opkeek om te kijken hoever ik nog te gaan had, viel een stuk ijs ter grootte van een golfbal recht in mijn linkeroog. Ik was behoorlijk van de kaart en de pijn was initieel niet te harden. Ik bleef even ter plaaste tegen de ijswand hangen naast een Zwitserse klimmer die ik net had ingehaald. Omdat de situatie niet beterde, besloot ik dan maar om met 1 oog dicht verder te klimmen tot ik iemand naar mijn oog zou kunnen laten kijken.

Maar een oogonderzoek is nu eenmaal niet zo makkelijk als je tegen een ijswand hangt op 5500 meter hoogte, zeker niet als het nacht is. Er zat niets anders op dan zo goed en zo kwaad mogelijk verder te klimmen. Gelukkig begon de pijn bij het einde van de vierde touwlengte af te nemen. We hadden op dat moment nog drie touwlengte te gaan en ik zag het langzaamaan terug zitten.

Ondanks de grotere hoogte en de toenemende vermoeidheid, ging het klimmen eigenlijk steeds beter. De route werd ook steeds steiler maar het ijs werd ook steeds beter. De zon kwam op waardoor het ook iets warmer werd. Aan de andere kant deed het zonlicht mijn oog ook bijzonder hard tranen.

Rond 8 uur ’s morgens hees ik me samen met Doug op de zeer kleine top van Alpamayo. Een groots uitzicht was er niet door de bewolking maar dat kon de pret niet bederven. We waren wel gehaast, want omdat we pas laat vertrokken waren zouden we ook moeten afdalen in de zon, en dat is niet optimaal wegens mogelijk vallend ijs. Wat dat betreft had ik mijn deel al gehad en we besloten dan ook om zo snel mogelijk de afdaling in te zetten.

Het voordeel aan een steile ijsklim is wel dat je naar beneden kan rapellen en dat gaat een pak sneller – en kost een pak minder moeite – dan naar beneden klimmen of wandelen. 3 uur later konden we dan ook genieten van een kopje thee en overheerlijke soep in het hoge kamp. Er was even sprake om verder af te dalen naar het basiskamp, maar omdat mijn oog nog steeds behoorlijk pijn deed leek het me beter om dat oog eerst te laten rusten. Ik trok me terug in mijn tent waar het meeste ultraviolette licht wordt tegengehouden. Ik hield mijn zonnebril op, trok mijn muts over mijn beschadigde oog en probeerde op die manier wat te slapen. Ik moet er zowat uitgezien hebben als een mislukte piraat in de bergen.

Maar de strategie werkte wel. Enkele uren later was de pijn al heel wat minder en de volgende morgen was hij zelfs zo goed als verdwenen. We konden de afdaling naar het basiskamp vandaar dan ook verderzetten. Donderdag braken we ook het basiskamp op en wandelden we helemaal terug naar Cashapampa, waar we de beklimming vierden met een lekker Peruviaans pintje voordat we de busrit naar Huaraz inzetten.

Om mijn avontuur in Peru af te ronden trok ik ook nog te voet naar Machu Picchu, een absolute aanrader voor wie houdt van de combinatie avontuur en cultuur.

Deze expeditie werd gerealiseerd met de steun van:

BTW: BE 0894.724.139

© 2016 Smets Adventures.

  • LinkedIn Social Icon
  • Facebook Social Icon